Blogs & vlogs

Over nabijheid, wederkerigheid en poedersuiker

7 september 2017

 

Ik was me vandaag aan het voorbereiden op een presentatie over Van Regels Naar Relaties voor de ondernemingsraad, morgen. Ik wil ze wat vertellen over de aanleiding, de landelijke context, de aanpak en wat we hier bij tegen komen. Daarna wil ik met ze in gesprek over wat zij denken, zien en doen.

Als ik even van m'n plek loop voor een bakkie thee kom ik mevrouw tegen. Ze staat met haar rolstoel ergens halverwege de Tuinkamer (een ruimte van woonzorgvoorziening Topaz Munnekeweij in Noordwijkerhout, waar bewoners dagelijks samen eten) en de lift. Met haar kleindochter.

“Ze moet naar boven”, zegt haar kleindochter. “Iemand ging haar brengen en nu staat ze hier”.
Nou, dat lijkt me een overkomelijk probleem, dus ik biedt aan om mevrouw naar haar kamer te brengen. Ik vraag me wel af waarom haar kleindochter haar niet brengt…
Eenmaal bij haar kamer is de deur op slot. Ik heb geen sleutel. Mevrouw zelf trouwens ook niet. Dat vind ik grappig. Nu moeten we inbreken in haar appartement. Gelukkig is er nooit iemand met een sleutel ver weg.
Op haar kamer vraag ik of ze ook naar de kermis gaat. Ik weet dat een groepje bewoners straks naar de kermis gaat. Collega Ingrid heeft iedereen gemaild om mee te gaan. Ook ‘mensen die achter een bureau zitten’. Daar ben ik er één van. Mevrouw kijkt me aan. Ze heeft prachtige twinkelende ogen.

“Nee”.

“Waarom niet?” vraag ik. Het blijft stil. Dan schieten haar ogen vol en buigt ze haar hoofd. Ik denk wat heb ik nou aan m’n fiets hangen? Ik ga voor haar zitten en vraag wat ze denkt. Ze kijkt me weer aan en zegt: “ik wil niemand tot last zijn.”

Jeetje. Woon je hier, omdat je behoorlijk wat hulp kunt gebruiken, steek je niet je vinger op als gevraagd wordt ‘wie gaat er mee naar de kermis’, omdat je niemand tot last wilt zijn. Ik schiet er ook vol van. Lekker stel. We kennen elkaar vijf minuten, zitten we beide te janken. Nou, dan kunnen we net zo goed met elkaar naar de kermis, nietwaar? Dus ik stel voor om te gaan.

“Nu?” vraagt ze.

“Als je wilt”.

Ik zie haar aarzelen. Ik vraag weer wat ze denkt.

“Alles en niets”.

Eh…okee, wat nu. Ik vraag: “zie je praktische bezwaren?” Het is een beetje een gok, ik kan me er namelijk iets bij voorstellen.

“Ja”, zegt ze.

“Zou je het willen?”

“Ja.”

“Okee. Zijn er dingen die je eerst nog wil doen? Zoals naar de wc? En heb je gegeten?”

“Ik heb gegeten. Ik wil graag naar de wc”

Ik zie dat ze op een tilmat zit. Dat betekent vast dat ze niet zelf naar de wc kan. Ik stel voor om te vragen of iemand haar op de wc kan helpen. Dat is goed.
Terwijl we wachten kijk ik in haar kast of er een warme jas hangt. Het waait buiten best wel en mevrouw heeft geen grammetje te veel. Eerder te weinig. Ze heeft drie jassen! Ik pak ze alle drie en houdt ze voor haar.

“Welke is uw kermisjas?”

Ze moet lachen. “Mooi woord, kermisjas”, zegt ze

Ze kiest de zwarte. Ze pakt een grijze haar van de kraag.
Als ze naar de wc is geweest en haar jas aan heeft gaan we op pad. Op de gang hoor ik iemand vragen of ze niet naar bed gaat?

“Nee, ze wil mee”, zegt haar collega.

Ik denk te merken dat ze zich een beetje zorgen om haar maken. Een collega knielt voor haar neer en zegt: “Je gaat naar de kermis. Als het niet gaat, zeg je het gewoon, dan brengen ze je terug. Geniet ervan.”
Eenmaal buiten blaast de harde wind direct haar haren in de war. Ze zit wat onderuitgezakt naar rechts. Is dat erg? Ik weet het niet.

“Je zit wat onderuitgezakt”, zeg ik.

“Ja en, is dat erg?” vraagt ze.

“weet ik niet, ik vind het niet erg. Ik duw wel.”

“nou, laat maar hangen dan”, zegt ze

Ik begin er lol in te krijgen.
Even later zet een collega haar toch maar even recht in haar stoel. Dat ziet er inderdaad beter uit. En ze vindt het geloof ik zelf ook wel beter.
Op de kermis is het, zoals het op een kermis is, een takkeherrie.
Ik kan me voorstellen dat dat helemaal niet prettig voor mevrouw is.

“Is die herrie een beetje te doen?”

“Ja hoor” zegt ze tot mijn verbazing.

“Heb je al spijt?”

Ze schudt glimlachend van nee.

“Wil je in de botsauto’s?”

Ze moet lachen.

Een uur of anderhalf later haalt Ingrid een paar grote zakken oliebollen. We lopen in een colonne naar het dorpscentrum om bij Hudson wat te drinken en onze zelf meegebrachte oliebollen op te eten. Ze maken er geen punt van. Alle tafels gaan aan de kant en even later staat het halve café vol rolstoelen en ligt de vloer bezaaid met poedersuiker.
Mevrouw doet vrij lang met haar oliebol. Ze is er enthousiast aan begonnen. Maar hij valt toch een beetje zwaar, geloof ik.

“Wil je je oliebol nog?”, vraag ik. (ik merk dat ik steeds u en je door elkaar gebruik. Ik heb gevraagd of het haar wat uitmaakt. Dat maakt het niet. Nou, dan ga ik maar gewoon zo door)
Ze kijkt naar haar oliebol en dan naar mij. “Wil jij hem?”
Uh… ik kijk naar haar handen en denk “zouden ze schoon zijn?”. Ik kijk naar haar mond en denk zoiets van “zou ze iets besmettelijks onder de leden hebben?” Ik kijk naar haar en dan naar de oliebol en denk: “ik lust ‘m geloof ik wel”. En dus zeg ik “ja”. Ze lacht en geeft mij de halve bol.

Ik moet aan Josine denken, die de afgelopen maanden onderzoek heeft gedaan in Munnekeweij naar relaties tussen bewoners, familie en medewerkers. Één van de aspecten die heel belangrijk zijn is wederkerigheid. Mensen die zorgen onderschatten vaak hoe belangrijk het voor mensen die zorg ontvangen is om iets te kunnen geven. Zoals een oliebol. 

Daniëlle die naast me zit vraagt of ik nog wat poedersuiker wil. Ja, doe maar.
Hij smaakt prima. Hij is nog warm. Ze bakken goede bollen hier in Noordwijkerhout.
Tijdens het drinken van haar cappuccino zie ik mevrouw weer inzakken.

“Gaat het nog?”

Ze kijkt me aan.

“Wordt het tijd om te gaan?”

Ze knikt.

Dan gaan we.

Bij de rekening krijgen we pepermuntjes. Mevrouw wil er wel één. Om te bewaren.
Op de terugweg zien we nog een stukje van de wielerronde. Terug in Munnekeweij vraag ik wat ze wil. Wil ze rusten? Wil ze naar de Tuinkamer? Wil ze weer terug naar de kermis? Dat laatste wil ze niet.

“Was het de moeite waard?”, vraag ik.

Ze knikt nadrukkelijk en zegt volmondig: “ja”.

Nou, dat is dan wederzijds.

Op haar kamer vraag ik of ze moe is en of ze naar bed wil. Dat wil ze wel. Ik ga iemand vragen om haar naar bed te brengen.
Terug op haar kamer zeg ik: “er komt zo iemand bij u”.
Dat lijkt me een zin die je hier vaker hoort.
Ik twijfel wat ik zal doen. Terug naar mijn presentatie voor de OR?
Ik vraag haar of ik nog even bij haar zal blijven.

“Graag.”

Okee. Daar gaat de presentatie voor de OR. Dat kan ik ze wel uitleggen.

We zitten een tijdje zonder iets te zeggen. Ze kijkt me aan en af en toe dwaalt haar blik af.
Ik moet weer aan het onderzoek van Josine denken. Bewoners hebben aangegeven dat ze het fijn vinden als er af en toe iemand gewoon even bij ze is. Zonder dat er iets moet of zonder dat het ergens over moet gaan. Nabijheid noemt Josine dat.
Ik vind het niet ongemakkelijk. Ik zit eigenlijk wel lekker.
Dan zegt mevrouw: “ik hoop dat ik je vaker zie.”
Ik ben ontroerd en ik hoop ook dat ze me vaker ziet.
Ik bedoel daarmee dat ik hoop dat als ik morgen of volgende week weer met m’n hoofd helemaal in m’n werk zit, dat ik dan weet dat zij boven zit, misschien alleen, en dat ze het misschien fijn vindt om me te zien. En dat ik dan niet denk: “ik moet nog dit en ik moet nog dat”, maar dat ik dan even naar haar toe ga.
Dan bedenk ik me dat het pepermuntje dat we bij de rekening kregen nog in haar jaszak zit. Ik haal hem er uit en vraag waar ik ‘m zal laten. Ik vermoed dat het ding anders tot in lengte van dagen in die jaszak zit.

“Wil jij hem hebben?” vraagt ze.

“Bewaar hem maar voor me, dan kom ik ‘m later opeten.”

Mail mij als mensen reageren –

Wil je een reactie geven? Als je een profiel hebt op LOC Zeggenschap in zorg en je bent ingelogd kan dat hieronder. Heb je dat niet dan kun je op de meeste pagina's ook rechts op de pagina reageren of hieronder. Of maak een profiel via de nu volgende link. Dank!

Doe mee op LOC Zeggenschap in zorg

Bijdragen?

Op de blog & vlog-pagina staan allerlei blogs en vlogs van mensen die betrokken zijn bij LOC. Van mensen uit de kern van het netwerk tot mensen die LOC en haar visie een warm hart toedragen. Iedereen kan bijdragen. Daarom komt niet alles wat er geplaatst wordt, per se overeen met wat LOC vanuit haar visie vindt.

Een blog of vlog plaatsen

Heb je een profiel op dit sociale platform en je bent ingelogd, dan kun je via de knop hieronder meteen zelf een blog of vlog plaatsen. Over hoe je een profiel kunt maken en andere voordelen daarvan lees je hier meer

Wil je wel een blog/vlog plaatsen maar geen profiel maken? Andere vragen? Dan kun je contact opnemen met webmaster@loc.nl of 030 284 3200. Vast bedankt!

Blogs en vlogs die hier geplaatst worden verschijnen hier, op de startpagina en mogelijk ook in de nieuwsbrief.

  Plaats een blog of vlog

De reactiemodule haalt reacties op...

LOC Zeggenschap in zorg - Hof van Transwijk 2, 3526 XB Utrecht - 030 284 3200 - vraagbaak@loc.nl

Veel gestelde vragen | Vraagbaak & feedback

Meer over LOC, lid worden & meedoen