Gemeenten gebruiken vaak privacygevoelige medische gegevens om te bepalen hoeveel zorg burgers nodig hebben. Hiermee begeven ze zich al snel op het terrein van het medisch beroepsgeheim. Onwenselijk en onnodig. Gemeenten hebben niet zoveel gevoelige gegevens nodig om de zorgbehoefte van cliënten te bepalen.

Gemeenten verzamelen teveel informatie.

Medische privacy burgers niet veilig op gemeentehuis

© Marieke Sjerps

Een gemeenteambtenaar die medische gegevens van bijna tweeduizend burgers doorstuurt naar een externe organisatie. Huisartsen die aan de bel trekken, omdat patiënten hun medisch dossier aan de gemeente moeten geven. Jeugdzorgverleners die niet meer met bepaalde gemeenten willen werken, omdat die inzage eisen in de behandeldossiers van jongeren. Het zijn slechts enkele van de berichten in de afgelopen tijd waaruit blijkt dat de medische privacy van burgers bij gemeenten in de knel komt. Het komt erop neer dat gemeenten veel meer gevoelige gegevens opvragen dan er nodig zijn om zorgtaken uit te kunnen voeren. En dat ze het niet zo nauw nemen met het beschermen van persoonlijke medische gegevens.

Zorgen om de medische privacy bij gemeenten zijn er vooral sinds ze twee jaar geleden verantwoordelijk werden voor de jeugdzorg en de zorg voor chronisch zieken, ouderen en gehandicapten (Jeugdwet en Wet maatschappelijke ondersteuning 2015). De 390 gemeenten moeten zelf onderzoeken welke steun hun burgers nodig hebben, en krijgen hiervoor van de regering geen duidelijke spelregels. Zodoende is het lastig voor ze om te bepalen wat ze wel en niet mogen. Sterker nog, het rijk laat het omgaan met de privacy over aan de ‘lerende praktijk’. Nu is privacywetgeving best lastig, dus dat is vragen om moeilijkheden: het gaat dan ook nogal eens mis.

Medisch beroepsgeheim

Het medisch beroepsgeheim biedt patiënten een veilige omgeving waarin ze van alles met geregistreerde gezondheidswerkers kunnen bespreken. Maar tegenwoordig komt ook veel medische informatie op de gemeentehuizen terecht, in handen van mensen zonder medische scholing. Burgers werken vaak mee als de gemeente om ondersteunende informatie vraagt. Vaak weten ze niet dat ze niet verplicht zijn om al die informatie te geven, of denken dat ze anders geen, of minder zorg krijgen. Dat is geen dwaze gedachte, want dit gebeurt. Zo wilde Carla Boon uit Anna Paulowna de gemeente geen toestemming geven om “gegevens” over haar kind op te vragen “bij artsen en andere instanties”. Carla: ‘De WMO-medewerkster zei toen dat we dan misschien geen PGB zouden krijgen. Dat is toch een veel te ruime toestemmingsvraag. Om welke gegevens gaat het, wat gebeurt daar dan mee?’

Knelpunt

Medische gegevens zijn “gevoelige persoonsgegevens”. Om ermee te mogen werken gelden speciale regels, stelt de Wet bescherming persoonsgegevens (Wbp). Als je erop inzoomt, blijkt het begrip “medische gegevens” cruciaal, want wat die inhouden, is bij de meeste gemeenten niet vastomlijnd. Hierdoor zit er rek in het gebruik ervan. Immers: als je bepaalde informatie niet strikt tot “medisch” rekent, begeef je je minder snel op glad ijs. Zo komen diagnoses, onderzoekuitslagen en aantekeningen over bijvoorbeeld de medicatie, of de bezochte specialisten regelmatig in gemeentelijke cliëntendossiers terecht.

De Autoriteit Persoonsgegevens (AP) — die toezicht houdt over hoe er met onze privacy wordt omgegaan — is er wel duidelijk over: medische gegevens is alles waaruit iemands lichamelijke of geestelijke gezondheid blijkt. Dus niet alleen wat artsen vaststellen en vastleggen. De burn-out die je vorig jaar had, of dat je echtgenoot slaapmedicatie gebruikt, het is allemaal gevoelige medische informatie. Ambtenaren die geen medisch beroepsgeheim kennen, krijgen deze gegevens onder ogen, en gebruiken ze om besluiten te nemen.

Wat dan wel? Willemijn Roozendaal, hoogleraar Sociaal Recht aan de Vrije Universiteit van Amsterdam vertelt dat medische termen en diagnoses vrijwel altijd overbodig zijn. Een korte omschrijving is genoeg. Roozendaal, die regelmatig over medische privacy publiceert, verwijst graag naar wetgeving bij arbeidsongeschiktheid (WIA): ‘Daar blijft de verwerking van medische gegevens in handen van medische professionals. Zij interpreteren en “vertalen” die gegevens naar begrijpelijke conclusies voor de niet-medische medewerkers, die daarmee dan besluiten kunnen nemen.’

Jurist Jolanda van Boven stelt ook dat beperkte informatie vaak voldoet: ‘Al die medische informatie uitvragen: het mag niet en als ambtenaar kan je er niets mee’, zegt ze. ‘Stel: er is bewegingsbeperking. Dat is meestal voldoende informatie om een traplift te vergoeden. Waar die beperking door wordt veroorzaakt: reuma of een ongeval, is voor de gemeente niet interessant.’

Van Boven, die gemeenten over privacy in het sociaal domein adviseert, vindt dat de gemeente bij twijfel beter een second opinion-arts kan raadplegen: ‘Maar ook die houdt het klein en bevestigt al dan niet de bewegingsbeperking. Meer hoeft niet. Je moet de arts vertrouwen en uitgaan van zijn of haar professionaliteit.’

Datalekken, gemeentemedewerkers die op de stoel van de behandelaar gaan zitten, je medische privacy is niet altijd in veilige handen bij de gemeente. In de komende weken vertel ik hier graag meer over.

Marieke Sjerps is zelfstandig journalist. Ze publiceert regelmatig over de medische privacy bij de overheid. Wil je iets over dit onderwerp kwijt, laat dan een reactie achter onderaan dit bericht. Of zoek contact met Marieke Sjerps via twitter @mariekesjerps

 

Wil je een reactie geven? Als je een profiel hebt op LOC Waardevolle zorg en je bent ingelogd kan dat hieronder. Heb je dat niet dan kun je op de meeste pagina's ook rechts op de pagina reageren of hieronder. Of maak een profiel via de nu volgende link. Dank!

Doe mee op LOC Waardevolle zorg

De reactiemodule haalt reacties op...

LOC Waardevolle zorg - Hof van Transwijk 2, 3526 XB Utrecht - 030 284 3200 - vraagbaak@loc.nl

Veel gestelde vragen | Vraagbaak & feedback

Meer over LOC, lid worden & meedoen